01 december 2019

Besparingen, blablabla, etcetera.









Besparingen, blablabla, etcetera.De Vlaamse regering doet haar cultuursector besparen. Het is naar het schijnt flamingantisme dat doet fulmineren en fronsen. Mij doet het denken aan die keer toen ik, als absoluut groentje, lid mocht zijn van de Vlaamse Stripgilde, waar toenmalig minister Van Grembergen, zichtbaar begon te zweten toen men hem ‘diets’ maakte dat die strips uit zijn jongensjaren niet werden gemaakt door doorleefde eenzame zielen op een zolderkamer, maar dat er vaak grote teams een boterham mee verdienden, soms in die mate dat de auteursnaam op de kaft, zelfs niet van ver had meegewerkt aan het ‘eindproduct’. De minister zweette omdat dit de regeling rond auteursbescherming, dewelke hij trachtte te ontplooien, ernstig onder rek zette.

Ja, die prachtige ‘stripcultuur’, van België en ook Vlaanderen. Eind jaren dertig, begin jaren veertig van vorige eeuw was de markt van dit land voor lange tijd afgesloten van de overzeese stripverhalen. Het is allemaal een kwestie van oplages!
Hadden we niet de verschrikkingen van WO ll gekend, dan hadden we ongetwijfeld geen Kuifje, Smurfen of Marsipulami gehad en waren we toen al overspoeld geweest door ‘manga’s’ en ‘comics’ die ‘makkelijker’ te produceren vallen omdat ze een ‘groter’ publiek aanspreken. Zolang er minder Vlamingen zijn, zal Vlaanderen een kleiner publiek kennen. Hoe pakt de nieuwe Vlaamse regering dat fenomeen aan in aanloop naar haar nagestreefde onafhankelijkheid?


Onderzoek van de universiteit van Toronto stelde vast dat landen met het Engels als officiële taal nagenoeg de helft van het bruto binnenlandse product van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vertegenwoordigen. De Engelse taal blijft zijn dominantie in de internationale zakenwereld behouden. Uit het onderzoek bleek dat de internationale verspreiding van de taal in de wereldhandel een onmiskenbaar meetbaar economisch voordeel oplevert. De zo gehate en finaal met succes bevochten verfransing van Vlaanderen was deels geïnspireerd op het voordeel dat Fransspreken de Vlaming had kunnen opleveren op de wereldmarkt.

Toegeven dat de heer De Roover het op tv extreem knullig uitlegde met zijn raar gestamel en vingergefriemel rond de ‘schoonheid’ van de kunst. Wat hij volgens mij trachtte te expliqueren was dat de ‘Vlaamse cultuursector’ kunst ondersteunt, ontwikkelt of promoot die te weinig inpikt op de Vlaamse volkseigenheden om een algehele populariteit te genieten. Dié mening kent vermoedelijk inderdaad groot draagvlak bij een brede onderstroom binnen onze Vlaamse samenleving, maar als ik zou zeggen: ‘you’ve got to put your money, where your mouth is’, weet iedereen perfect wat dat betekent, toch?

Die Vlaamse cultuursector streeft kwaliteit na én gedraagt zich ‘marktconform’ door werk te produceren dat enerzijds sterk genoeg is om in internationale context overeind te kunnen blijven, maar anderzijds de financiële beperking van onze Vlaamse ‘portemonnee’ weet te accepteren. Met een adaptatie van Hamlet of de Odyssee, kom je immers heel wat verder dan met een enscenering van ‘De avonden’ of een optreden van ‘Yevgueni’. Toch? Gelijk ook Maya de Bij vlotter verkoopt dan Samson de hond en Clouseau in het Engels niet doorbrak, mag het dan duidelijk zijn dat het 'kwaliteitsprobleem' ingewikkelder ligt dan de nuance tussen hogere en lagere cultuur. Kwaliteit is ook kwantiteit.


Vlaams museum, Vlaamse canon, Vlaamse vlaai ....
Het is die complexe semiotische verstrengeling tussen geschiedenis, volkskunst, kunst en taal waarvan de Vlaamse regering lijkt te dromen, die beoogt ertoe te leiden dat jonge, beloftevolle kunstenaars zich opnieuw in een referentiekader kunnen bewegen waarin ze zich even vlot artistiek laten inspireren op Artevelde of Breydel (en niet tot Napoleon of Churchill), op Streuvels of Elsschot ( en niet op Charles Dickens of Victor Hugo), op Van Ostaijen en Gezelle ( en niet op Shakespeare of Goethe), op Emile Claus en Permeke ( en niet op Picasso en Dali), op Jommeke of de Rode Ridder ( en niet op Mickey Mouse en Batman), op het STAM of het MAS ( en niet op het Prado en het Louvre), enz.

Het is schrikwekkend te bedenken dat je, vermoedelijk zelfs bij studentenclubs als Schild en Vrienden, véél makkelijker studenten zal vinden die het verhaal van de Bultenaar van de Notre Dame of Oliver Twist zullen kunnen vertellen, dan dat van Pallieter of De Paradijsvogels. Dat komt omdat er via adaptaties ( noem het ‘cultuurdistributie’) voldoende toegankelijke ‘cultuurproducten’ op de internationale markt zijn die die buitenlandse, historische cultuurparels aan de man brengen. Of er binnen de hedendaagse cultuursector een a priori verzet zou opstijgen tegen hogergenoemde ambitie is naar mijn gevoel zeer de vraag.

Het is overigens een respectabele beleidskeuze die je van een Flamingant mag verwachten. Maar, de keuze impliceert het bouwen van een kathedraal op een moeras,... en ‘koken kost geld’, zeggen ze op zijn Vlaams. Van een ondergefinancierde sector verwachten dat ze het pad verlaten van de internationale kwaliteitsstandaarden om vervolgens de eigen heimatcultuur vanuit het niets laten herleven, is een ronduit surrealistisch streven. Zo dreigen onze cultuurmakers te verliezen op alle vlakken: verlies van internationaal elan door gebrekkige verankering in de buitenlandse context en véél te beperkt budget om het gedroomde NV-E (Nieuwvlaams Elan) te realiseren.

Surrealisme is inderdaad zeer Belgisch, maar is het ook Vlaams? Naar mijn gevoel is het onmogelijk dat iemand die zich flamingant noemt, voorstander kan zijn van besparingen op welk deel van de culturele sector ook. Waar zitten ze dus die flaminganten?


Canon of Dulle Griet.

Het is trouwens zo dat ik als lid van de SARC vanop de voorste rij heb kunnen noteren dat bij bijvoorbeeld de opmaak van het recentste Cultureel Erfgoeddecreet duidelijk vaststond dat de bepalingen van het decreet zelf budgettair niet haalbaar waren. Namelijk: alle bestaande regelingen van het vorige decreet bleven behouden en alle nieuwe regelingen kwamen erbij ... zonder dat het budget werd verhoogd. 

Als dus met de vernieuwde regering geld weggenomen wordt van de ene broekzak om de andere op te vullen, nadat er bij beide eerst iets wordt weggenomen, dan is het eigenlijk onkies om te stellen dat je het budget verhoogd hebt. Eigenlijk heb je dan een bestaand tekort weggewerkt en niets verhoogd. Dat alles is toch een zeer treurig begin voor de ambitieuze zich langzaam verzelfstandigende cultuurgemeenschap die Vlaanderen wil zijn? 

De versterkte musea en de literaire sector zullen hopelijk de rest redden en optillen?